Mei 2026
Editie 05 — Onafhankelijk dossierjournaal
De staat van de Nederlandse genderzorg — beleid, klinieken, cijfers, dossiers.
Transgenderwet: van medische voorwaarde naar zelfverklaring
Het juridische geslacht in Nederland is sinds 2014 een formaliteit. De voorgestelde wijziging schrapt zelfs de laatste medische sluis — en raakt veel meer dan paspoorten.
Tot 1 juli 2014 kende artikel 1:28 BW een keiharde voorwaarde voor wijziging van het juridische geslacht: sterilisatie en lichamelijke aanpassing voor zover medisch en psychisch verantwoord. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veegde die eis in 2017 (zaak A.P., Garçon en Nicot tegen Frankrijk) van tafel. Nederland was al eerder voor: de wet van 2014 verving fysieke ingreep door een verklaring van een deskundige dat de wens "in vrijwilligheid en met goed begrip van de gevolgen" tot stand was gekomen.
Het wetsvoorstel 2021
Op 22 april 2021 diende toenmalig minister Dekker (Rechtsbescherming) een wetsvoorstel in dat ook die deskundigenverklaring schrapt. Een burger van zestien jaar of ouder kan dan met een schriftelijke verklaring bij de burgerlijke stand het geslacht laten wijzigen. Voor minderjarigen onder zestien blijft de rechter betrokken. Het voorstel werd in 2023 controversieel verklaard na de val van Rutte IV. Na een motie van NSC en SGP trok het demissionaire kabinet het voorstel op 2 juli 2025 definitief in.
De Raad van State leverde een verdeeld advies. Het adviescollege wees op de juridische uitvoerbaarheid maar plaatste vraagtekens bij de bedenktijd van vier weken en bij de gevolgen voor registers waar geslacht als objectief kenmerk geldt — politie-onderzoek, gevangeniswezen, sport, statistiek, zorg. Die analyses zijn destijds niet uitvoerig gemaakt.
Wat de wet niet regelt
Het wetsvoorstel ziet uitsluitend op de geboorteakte. De feitelijke consequenties — toegang tot vrouwenopvang, kleedkamers, gevangenisafdelingen, sportcompetities, dataregisters — vallen onder ander beleid en blijven goeddeels ongeregeld. In Schotland sneuvelde een vergelijkbare wet (de Gender Recognition Reform Bill) op deze botsing met de Equality Act; in Nederland is een dergelijk grondrechtenkader nooit expliciet gemaakt.
De memorie van toelichting verwijst bij vrijwel elk twistpunt naar "internationale ontwikkelingen" en mensenrechtenstandaarden. De Cass Review (Engeland, 2024) en de SBU-herziening (Zweden, 2022) lieten zien dat die internationale lijn intussen kantelt — niet richting verdere zelfbeschikking, maar richting voorzichtigheid. De Nederlandse memorie is op dit punt nooit geactualiseerd.
Vervolg
Het wetsvoorstel is niet meer in behandeling: het is op 2 juli 2025 door het demissionaire kabinet ingetrokken, na een motie van NSC en SGP die ook steun kreeg van CU, BBB, DENK, PVV en JA21. De deskundigenverklaring uit 2014 blijft daarmee het geldende kader; een nieuw voorstel is niet aangekondigd. Lees ook ons dossier over de intrekking en over grondrechten en trans.
Bron: Kamerstukken 35825, advies Raad van State W16.20.0257/II, Rijksoverheid — wijziging geslachtsregistratie.