Spijt-cijfers: wat we tellen en wat we missen
"Spijt" en "detransitie" worden in de literatuur door elkaar gebruikt, maar zijn niet hetzelfde. Spijt is een ervaring, detransitie is een handeling. De combinatie van beide verklaart waarom cijfers zo sterk uiteenlopen.
Het definitievraagstuk
De vaakst geciteerde Nederlandse studie — Wiepjes e.a. (Amsterdam UMC, 2018, Journal of Sexual Medicine) — definieerde "spijt" als een formeel verzoek tot juridische teruggang naar het oorspronkelijke geslacht. Op die strikte definitie kwam 0,6% uit, gebaseerd op 6.793 personen behandeld tussen 1972 en 2015. Deze 0,6% wordt door belangenorganisaties consequent geciteerd als bewijs dat regret zeldzaam is. De Cass Review noemde deze definitie "extremely narrow" en methodologisch onvoldoende om huidige patronen te beschrijven. Hall e.a. (2021, BJPsych Open) gebruikt "stopgezette hormonen na minimaal 3 maanden gebruik" — dat geeft 6,9% over een 16-maands follow-up. Littman (2021, Archives of Sexual Behavior) telt zelfgerapporteerde spijt zonder formele handeling — circa 13,1% in een online survey onder 100 detransitioners. Boyd e.a. (2022) volgt een Britse Tavistock-cohort en komt op een tienjaars-detransitie-percentage van 8-10%.
Onvolledige follow-up
De grootste vertekening zit in loss-to-follow-up. Het Wiepjes-cohort had 36% verlies aan follow-up; deze patienten konden niet meer worden bereikt of weigerden deelname. Detrans-platforms zoals Post-Trans, Detrans Voices en het Nederlandse GenderspijtNL stellen dat veel detransitioners juist de kliniek verlaten en daarmee uit datasets verdwijnen. Een Britse studie van Vandenbussche (2021) onder 237 detransitioners vond dat 56% geen contact meer opnam met de oorspronkelijke kliniek. Wanneer detransitioners systematisch wegvallen uit gemonitorde cohorten, geeft de officiele "regret rate" een ernstige onderschatting.
Pre-print Cass-data en moderne cohorten
De Cass Review (april 2024) benadrukt dat oudere cijfers niet generaliseerbaar zijn naar de huidige populatie. Het oorspronkelijke Wiepjes-cohort bestond uit volwassenen behandeld onder strikte selectie (vroege onset, geen comorbiditeit). Pre-print Cass-data over moderne cohorten (York 2024, voorlopig) suggereert dat 25-30% van adolescenten binnen vijf jaar stopt met cross-sex hormonen. SEGM-publicaties bevestigen vergelijkbare schattingen. Hoogleraar Dianna Kenny en oud-WPATH-lid Erica Anderson hebben de officiele "less than 1% regret"-claim publiekelijk bekritiseerd als wetenschappelijke onbruikbaar.
Nederlandse detrans-stemmen
Nederlandse detransitioners zijn georganiseerd in onder meer GenderspijtNL en Stichting Detrans Nederland (opgericht 2022). Zij geven interviews aan EW Magazine en Volkskrant. Hun gerapporteerde ervaring: klinieken nemen zelden contact op, afsluitings-procedures zijn gebrekkig, de psychische gevolgen van detransitie worden nauwelijks onderzocht, en reverse-surgery wordt door zorgverzekeraars vaak niet vergoed omdat het als "cosmetisch" wordt geclassificeerd. Sinds 2024 voert advocatenkantoor De Roos & Pen (Rotterdam) een proefproces voor een detransitioner tegen Amsterdam UMC, gebaseerd op artikel 7:453 BW (informed consent in WGBO).
Kernpunten
- Wiepjes 2018 (strikte def juridische teruggang): 0,6%.
- Hall 2021 (stopgezet 3+ maanden): 6,9%.
- Boyd 2022 (10-jaars Tavistock): 8-10%.
- Littman 2021 (zelfrapport): 13,1%.
- Cass 2024 voorlopige data moderne cohorten: 25-30% binnen 5 jaar.
- Loss-to-follow-up: 30-56% — onderschat regret structureel.
Zie ook detrans-percentage, protocol-uitkomsten en Dutch Protocol. Externe bronnen: Wiepjes 2018 (PubMed), Cass Review, SEGM.