Mei 2026

Editie 05 — Onafhankelijk dossierjournaal

trans-nederland

De staat van de Nederlandse genderzorg — beleid, klinieken, cijfers, dossiers.

Transgenderwet ingetrokken: wat de intrekking van het 2021-voorstel betekent

Het kabinet heeft het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 1 BW (transgenderwet) ingetrokken. Daarmee blijft de huidige procedure intact: wijziging van de geslachtsregistratie vereist een deskundigenverklaring. Een politieke koerswijziging die past in een bredere internationale ontwikkeling.

Wat hield het 2021-voorstel in?

Het voorstel dat in 2021 door minister Dekker werd ingediend, beoogde drie dingen tegelijk te doen. Ten eerste het schrappen van de verplichte deskundigenverklaring: een burger zou via een eigen wilsverklaring bij de gemeente de geslachtsregistratie kunnen wijzigen. Ten tweede het verlagen van de leeftijdsgrens van 16 jaar, waardoor ook minderjarigen onder bepaalde voorwaarden een wijziging konden aanvragen. Ten derde een vereenvoudigde procedure voor herhaalde wijzigingen.

Het voorstel kreeg in de Tweede Kamer geen meerderheid en bleef jarenlang controversieel. Vrouwenorganisaties, juristen en zorgprofessionals wezen op de gevolgen voor het strafrecht, de gevangenisindeling, sportcompetities en de bescherming van vrouwspecifieke ruimtes.

De intrekking in context

De formele intrekking is geen op zichzelf staand juridisch besluit. Het sluit aan bij een internationale beweging waarin landen die eerder vooropliepen in zelfidentificatie- of affirmatieve modellen terugschakelen. Een gedetailleerde analyse van die Nederlandse intrekking laat zien dat de Raad van State zelf kritisch was over het schrappen van de deskundigenverklaring zonder vervangend toetsingskader.

Diezelfde verschuiving zien we breder. Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en delen van Duitsland hebben hun jeugdprotocollen aangescherpt. Voor een overzicht van die beleidsomslag tussen 2024 en 2025 is veel gepubliceerd materiaal beschikbaar, onder andere via systematische reviews van het Britse NHS-traject (Cass Review) en de Zweedse SBU.

Wat verandert er praktisch?

Voor wie zijn geslachtsregistratie wil wijzigen blijft de procedure zoals die sinds 2014 bestaat: een deskundigenverklaring van een door de minister aangewezen psycholoog of arts, gevolgd door een verzoek bij de gemeente. Voor minderjarigen onder 16 blijft de wettelijke wijziging niet mogelijk, behalve via rechterlijke tussenkomst.

Niet veranderd is dat zorgverleners wel sociale transitie kunnen begeleiden en dat scholen praktische arrangementen kunnen treffen. Wat wel verandert: de politieke verwachting dat Nederland richting zelfidentificatie beweegt is grotendeels van tafel. Toekomstige voorstellen zullen vrijwel zeker een toetsingskader bevatten en zullen kritischer worden bekeken dan in 2021.

Politieke verschuiving achter de intrekking

De intrekking weerspiegelt drie ontwikkelingen. Ten eerste de publicatie van de Cass Review (2024), die de zwakke evidentiebasis voor jeugdtransities op puberteitsremmers en cross-sekshormonen blootlegde. Ten tweede groeiend wetenschappelijk verzet binnen Nederland: in 2025 publiceerde het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde een ethische analyse die het Dutch protocol voor minderjarigen niet langer als gerechtvaardigd beoordeelt. Ten derde een politieke realiteit waarin partijen die het voorstel steunden minder stemmen halen dan in 2021.

Wat de Rijksoverheid en NVPN zeggen

De Rijksoverheid verwijst voor procedurele vragen door naar de Burgerlijke Stand van de gemeente en naar het Transvisiezorg-netwerk. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVPN) heeft in eerdere standpunten benadrukt dat een zorgvuldige diagnose noodzakelijk blijft, juist voor adolescenten met co-existerende psychische problematiek. Die positie blijft staan; ze sluit aan bij het besluit om de deskundigenverklaring niet af te schaffen.

Vervolg

De vraag is nu of er een nieuw, beperkter voorstel komt dat alleen de procedure rond de deskundigenverklaring moderniseert zonder de inhoudelijke toets weg te nemen. De Tweede Kamer heeft daarvoor de ruimte. Voor minderjarigen lijkt politieke steun voor verruiming verder weg dan vijf jaar geleden.