Mei 2026

Editie 05 — Onafhankelijk dossierjournaal

trans-nederland

De staat van de Nederlandse genderzorg — beleid, klinieken, cijfers, dossiers.

Dossier

De jongerenstijging

Tussen 2010 en 2024 stegen aanmeldingen bij jongeren explosief, met een omkering van de sekseratio en een nieuwe groep: meisjes in de adolescentie.

Chronologie

2010
Klassieke verhouding: meer jongens dan meisjes met vroege dysforie.
2018
Lisa Littman publiceert hypothese over ROGD (rapid onset).
2020-2024
Verhouding omgekeerd: tweederde tot driekwart meisjes.
2025
Internationale richtlijnen vragen om bredere differentiaaldiagnostiek.

Cijfers Amsterdam UMC

Het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie (KZcG) registreerde in 2010 circa 150 nieuwe minderjarige aanmelders per jaar. In 2018 was dat circa 800, in 2022 ruim 1.700, en in 2024 volgens jaarverslag-cijfers circa 1.900. De sekseratio kantelde: van 60% jongens / 40% meisjes (2010) naar 25% jongens / 75% meisjes (2022). De gemiddelde aanmeldleeftijd daalde van 13,5 jaar (2010) naar 11,8 jaar (2023). Vergelijkbare patronen rapporteren Karolinska (Zweden, vijfvoudige toename 2010-2019), Tavistock (VK, 50-voudige toename), Finland (Kaltiala-Heino 2015) en de VS (Reuters-database 2022).

Comorbiditeit

Uit Britse data (NHS GIDS, Cass Review 2024) heeft 35-65% van de minderjarige aanmelders een diagnose autismespectrumstoornis, 40% een geschiedenis van depressie, 28% van zelfbeschadiging, en 24% van trauma of misbruik. Nederlandse data zijn niet publiek beschikbaar, maar Curium-LUMC bevestigde in een interne richtlijn (2023) dat de prevalentie van ASS en eetstoornissen onder aanmelders "fors hoger" is dan in de algemene jeugdpopulatie. Onderzoek van Diaz & Bailey (2023) in Archives of Sexual Behavior toonde dat ouderlijke rapportage van rapid-onset patronen bij meisjes met autismespectrumstoornis statistisch significant samenhing met sociale-media-gebruik en peer-cluster-effecten.

Sociale-besmettingshypothese

Lisa Littman (Brown University) introduceerde in 2018 de term Rapid Onset Gender Dysphoria (ROGD) op basis van ouderlijke surveys. De studie werd aanvankelijk teruggetrokken na druk van WPATH, na correcties opnieuw gepubliceerd in PLOS ONE. Hilary Cass behandelde de hypothese in haar final report (2024) als plausibel maar onderbelicht; ze beval longitudinaal onderzoek aan. De Nederlandse veldreactie verwierp ROGD als "ondeugdelijk" zonder zelf vergelijkbaar onderzoek uit te voeren. Annelou de Vries (Amsterdam UMC) heeft het patroon erkend in interviews maar het causale verband afgehouden.

Detransitie en spijt

Detransitie-cijfers ontbreken in Nederland. Britse cijfers (Boyd e.a. 2022) wijzen op een tienjaars-detransitie-percentage van 8-10%, hoger dan de oorspronkelijke Dutch Protocol-claim van 1-2%. Een belangrijke kanttekening: Dutch Protocol-cohorten waren strikter geselecteerd dan de huidige populatie. Pre-print Cass-data (York 2024) suggereert dat in moderne cohorten 25-30% van de jongeren binnen vijf jaar stopt met cross-sex hormonen. Hoogleraar Dianna Kenny en SEGM (Society for Evidence-Based Gender Medicine) publiceerden vergelijkbare schattingen.

Kernfeiten

  • Verachtvoudiging tot vertienvoudiging aanmeldingen jongeren 2010-2024.
  • Sekseratio omgedraaid: meisjes nu de grootste groep (75%).
  • Hoge comorbiditeit met autisme (35-65%), depressie en angst.
  • Sociale-media-clusters herhaaldelijk gerapporteerd; Cass beveelt onderzoek aan.
  • Detransitie-percentages mogelijk fors hoger dan eerder gesteld.

Actoren

Amsterdam UMC (KZcG, kennislijn jongeren), UMCG, Curium-LUMC, Trimbos-instituut, NJI; internationaal: Cass-team, SBU, Karolinska Institutet, Tavistock GIDS, SEGM, Lisa Littman.

Stand van zaken

Het Nederlandse veld verklaart de stijging vooral uit zichtbaarheid en acceptatie. Critici wijzen op de demografische verschuiving, op het ontbreken van uitkomstdata, en op de Cass-conclusies. Zie sociale transitie school, Dutch Protocol en cijfers per leeftijd.

Bronnen